Verlangen en onvermogen
De idealen en verlangens van Vincent van Gogh
In het leven en het werk van de schilder Vincent van Gogh (1853-1890) komen we het ideaal van broederlijkheid, naastenliefde, gemeenschap en gemeenschappelijkheid telkenmale tegen in allerlei verschijningsvormen. Van de wieg tot het graf staat zijn gesternte in het teken van het broederschapsideaal. Of kunnen we beter zeggen: van het onvermogen om dit ideaal in de praktijk te brengen?
Moeder
Al in zijn vroegste jaren kwam hij in aanraking met het belang van hechte banden met de medemens. In het gezin werd daar vooral door zijn moeder, Anna Van Gogh-Carbentus (1819- 1907) groot gewicht op gelegd. Het was uitgerekend zijn moeder die hem afwees nadat hij zijn kinderleeftijd was gepasseerd. De Van Goghbiografen Naifeh en Smith in hun Van Gogh de biografie: ‘zij vergeleek zijn dolende leven met een dode in de familie’. (p.29). Ze beschuldigde hem ervan ‘zijn ouders opzettelijk pijn en verdriet te bezorgen’.(p.29).
Naarmate de jaren verstreken verkilde haar hart meer en meer. Memorabilia uit Vincents kinderjaren gooide ze doodleuk weg. Voor de kunstwerken die Vincent naar haar zon kon ze geen begrip of sympathie opbrengen. Ze overleefde Vincent 17 jaar. Ondanks de stijgende roem van haar zoon in die jaren volhardde ze in haar negatieve oordeel over de schilderijen.
Borinage

Na twee keer door een vrouw te zijn afgewezen, stortte V. zich op het christelijke geloof. De Bijbel en Imitatio Christi van Thomas a Kempis werden zijn lijfboeken. In 1879 vertrok hij als hulppredikant naar de Borinage, een mijnstreek in het zuiden van Belgie. In zijn geloofsijver identificeerde hij zich op extreme wijze met de mijnwerkers. Hij schonk zijn kleren aan hen en sliep op de kale vloer.
De mijnwerkers en de kerkautoriteiten konden zijn optreden niet waarderen. Hij werd ontslagen en kwam toen terecht bij voorganger Frank in Cuesmes, nog steeds in de Borinage. Voorganger Frank had geen gemeente, geen aanstelling en geen geld. Vincent dreef bij hem zijn godsdienstfanatisme op de spits. Hij sliep in de open lucht, leefde van oud brood en bevroren aardappelen. De kleine toelagen die hij van zijn vader ontving gaf hij weg aan de armen.
Theo

De broederlijkheid in optima forma kwam tot stand met zijn jongere broer Theo. Behalve broeders in de letterlijke betekenis waren zij ook broeders in spiritueel opzicht: vervuld van een zelfde missie. Zulks was in ieder geval de overtuiging van Vincent. Zij hadden op ritueel geladen wijze trouw aan elkaar gezworen. Theo zorgde met maandelijks toelagen voor het levensonderhoud van Vincent. Vincent betaalde hem terug met schilderijen. In een brief noemde Vincent de band met Theo zijn enige (!) reden van zijn. (Naifeh/Smith p.239).
Zij schreven vele honderden brieven naar elkaar waarvan het merendeel bewaard is gebleven.
Arles
Behalve zijn grootse en abstracte ideaal van de broederschap van alle mensen, kende Vincent van Gogh ook een intens verlangen naar gezamenlijkheid en gezelschap in alledaagse zin en bleef hij zijn hele leven een immens belang hechten aan familiebanden. Zijn streven was dan ook vaak (altijd?) een melange van zowel hoogstaand idealisme als verlangen naar een gezin. Toen hij in Arles was schilderde hij de leden van de familie Roulin. Behalve een hecht Arlesiaans gezin zag hij in hen ook een wederopleving van de eerste christelijke gemeenschappen.
Ook In Arles wilde Vincent een kunstbroedersgemeenshap opzetten, het zogenaamde ‘Atelier van het Zuiden’. Hij had alvast twaalf(!) stoelen aangeschaft. Van dat aantal werd er slechts een gebruikt. Door collega Paul Gauguin. Gauguin, die overigens meer dan een reden had om op Vincents dringende uitnodiging in te gaan. Hij had een deal met Theo bedongen waarin Gauguins verblijf bij Vincent als deel van een tegenprestatie diende voor betalingen door Theo. Het andere deel bestond uit schilderijen.
De samenwerking tussen de beide schilders mondde uit in de overbekende ruzie , Vincents zelfverminking en diens eerste opname wegens krankzinnigheid.

Auvers sur Oise
De laatste maanden van Van Goghs leven speelden zich af in het plaatsje Auvers sur Oise, niet ver van Parijs. De schilder spande zich daar tot het uiterste in om Theo zo ver te krijgen dat hij met vrouw en kind naar Auvers zou verhuizen om zich er samen met hem te vestigen. Zodat ze met hun vieren een soort een kunstbroederschapsgezin zouden gaan vormen.
Theo had echter geheel andere zaken aan zijn hoofd. Hij maakte zich ernstige zorgen omtrent de toekomst van zijn gezin, dat wil zeggen Theo zelf, zijn vrouw Jo en hun zoontje. Het was in de zomer van 1890 twijfelachtig geworden of Theo nog wel een maandelijkse toelage kon blijven betalen aan zijn schilderende broer. Theo’s werkgever weigerde hem de opslag te geven waar hij om had gevraagd.
Er ontstond een verwijdering tussen de broers. Toen Theo van Parijs naar Nederland reisde stopte hij niet in Auvers, waar de trein langskwam. Terwijl Vincent erop had gestaan dat zijn broer hem zou komen opzoeken. Stuurde Theo aan op een breuk? De paniek sloeg Vincent om het hart. Volgens ooggetuigen kon hij bij het schilderen zijn hand niet stil houden. Tot overmaat van ramp liet het antwoord op een brief van Vincent aan Theo op zich wachten….
Na zijn dood door zelfmoord vond men een niet verzonden brief van Vincent aan Theo. Daarin stond onder andere: ‘Je voudrais bien t’écrire sur bien des chôses mais j’en sens l’inutilité.’( Ik zou graag over van alles met je schrijven maar ik zie in hoe nutteloos dat is.)
Hij had de hoop opgegeven dat de meervoudige broederband met Theo zou blijven bestaan.
Persoonlijke notitie naar aanleiding van het bovenstaande
Ik vraag mij regelmatig af: waarom steek ik zo veel energie in de bestudering van Vincent van Gogh? Het begin van een antwoord bedacht ik niet zelf. Mijn vriendin zei laatst tegen me: ‘jij wil toch altijd iets moois beleven samen met andere mensen?’ Iets moois beleven. Samen met anderen. Natuurlijk! Daarom geef ik de workshops, daarom zet ik mij in voor jaarfeestvieringen. Daarom organiseer ik tentoonstellingen in de Binnenhof, samen met Gemma Emons. Daarom neem ik deel aan de vertelgroep Shanachie. Samen met anderen iets moois beleven. Kunst als inspirator van groepsprocessen, als goede genius van sociale organismen. In de wortel verschilt dat niet zo veel van wat Van Gogh bezielde.
Misschien investeer ik zo veel in hem omdat ik in hem een broeder kan vinden.
Verantwoording van de afbeeldingen:
Vincent van Gogh, Portret van Joseph Roulin, 1888; Vincent van Gogh, Vrouwen van de mijnwerkers, 1880; Theo van Gogh; Vincent van Gogh, Korenveld met kraaien, 1890.
