Het complot tegen Vincent van Gogh

Nadat er bij de kunsthistorica Bernadette Murphy vragen waren ontstaan naar aanleiding haar lectuur over Van Goghs verblijf in Arles, begon ze een uitgebreid onderzoek. Toen ze daarmee klaar was had ze spectaculaire ontdekkingen gedaan die de Van Goghmythe op meerdere punten weersprak.
Een van haar ontdekkingen deed ze bij het onderzoek naar het verzoekschrift van Arlesianen aan hun burgemeester om Van Gogh uit zijn woning te krijgen, begin 1889. Directe aanleiding tot dit verzoekschrift leek de ruzie tussen Van Gogh en Gauguin, die aanleiding was voor Van Goghs zelfverminking, hij sneed zoals bekend zijn oor af. De uit de hand gelopen ruzie vond plaats op de avond van 23 december 1888 af in het befaamde Gele Huis, de huurwoning van Van Gogh. Nadat hij de dag erna meer dood dan levend was gevonden, werd hij opgenomen in het ziekenhuis, waar zijn hoofdwond werd behandeld. Niet veel later volgden meer opnames, wegens krankzinnigheid.
Tijdens een ziekenhuisverblijf in februari 1889 stelden buurtbewoners een verzoekschrift aan de burgemeester op met als doel Van Gogh uit het Gele Huis te krijgen. Er stonden diverse aantijgingen in tegen de schilder. Zo zou hij vrouwen lastig hebben gevallen en zelfs hebben geprobeerd hun huizen binnen te dringen. Het verzoekschrift werd ondersteund door een petitie met handtekeningen. Wie waren die ondertekenaars eigenlijk en wat waren hun motieven? Dat vroeg Murphy zich af.
Een van de belangrijkste elementen in het onderzoek naar de ondertekenaars van de petitie was het door haar fel begeerde originele papier met de handtekeningenlijst. Na eindeloos gecorrespondeer en getelefoneer kreeg ze inzage in het originele verzoekschrift. Bij het bestuderen daarvan vielen haar een paar dingen op. Zo ontdekte ze dat de handtekening, waarvan tot dusverre werd aangenomen dat hij van Van Goghs goede bekende Ginoux was, niet van laatstgenoemde was. De naam van degene waar die handtekening wel van was, leek alleen maar op die van Ginoux.
Murphy legde een lijst aan met honderden namen en handtekeningen van Arlesianen die overeenkwamen met die op de petitielijst. Ze kende nu van bijna alle ondertekenaars de naam, het beroep en hun netwerk. Uiteindelijk kon ze alle 30 ondertekenaars identificeren. De petitie bleek geschreven te zijn door Damase Cré voulin. Hij was Van Goghs naaste buur en grote vriend van Soulè, de zaakgelastigde van Van Goghs huisbaas. Deze huiseigenaar wilde meer aan zijn pand verdienen en Soulè had met een tabaksverkoper een contract afgesloten om het huis over te nemen terwijl Van Gogh in het ziekenhuis lag. Voor de schilder was dus geen plaats meer. Van Gogh had echter een huurcontract en er moest een reden worden gevonden om hem uit het huis te krijgen. Het oorincident kwam voor de zakenpartners als een geschenk uit de hemel. Bovenaan de petitie prijkte de handtekening van Crévoulin.
Murphy kwam er ook achter dat vier van de ondertekenaars analfabeet waren. Hun vervalste handtekeningen waren geschreven in het handschrift van Cr évoulin. Verreweg de meesten van de ondertekenaars kwamen uit het netwerk van Soulè. De conclusie van Murphy luidde:
(…) ‘dat het verzoekschrift was geïnstigeerd ten behoeve van Soulè en Crévoulin: Soulè wilde dat Van Gogh vertrok uit het Gele Huis omdat hij een zakelijke overeenkomst had gesloten met de tabaksverkoper; (…). Maar ze konden Van Gogh onmogelijk uitsluitend op grond van persoonlijk gewin het huis uit zetten. Vincents labiele geestelijke gezondheid gaf hun een schitterend excuus. Ze stookten de plaatselijke gemoederen op door verhalen over zijn krankzinnige gedrag te verspreiden, zodat de twee mannen gemakkelijk een paar goede vrienden vonden die de petitie wilden ondertekenen.’ (Van Goghs oor het ware verhaal,, p. 225.)
De petitie had een voor het complotterende tweetal gewenste uitkomst: Van Gogh werd door de burgemeester zijn huis uitgezet.

Nog meer ontdekkingen
Murphy deed nog meer ontdekkingen. Zo achterhaalde ze de identiteit van de vrouwspersoon die Van Goghs oor van hem cadeau kreeg in de nacht van 23 december 1888 toen ze aan het werk was in een bordeel. Murphy ontwikkelde naar aanleiding van haar ontdekking een nieuwe hypothese over Van Goghs motief om zijn oor af te snijden én zijn ware reden om naar Arles te gaan, het stadje waarvan tot dusverre werd aangenomen dat hij er geen enkel contact had voordat hij daarheen per trein afreisde uit Parijs.
Het mag zonneklaar zijn dat het belang van Murphy’s onderzoek tot op de draad een grotere reikwijdte heeft dan alleen de kunstgeschiedenis. Zo helpt het ons eraan herinneren dat het begrip ‘complottheorie’ geen negatieve connotatie hoeft te hebben. Integendeel, een gegrond vermoeden van een complot kan, zo blijkt, iemand motiveren om honderden uren te besteden aan minutieus onderzoek.
In feite kunnen we niet zonder complottheorieën om de waarheid aan het licht te brengen en we mogen hopen dat Murphy’s boek ertoe bijdraagt om het begrip ‘complottheorie’ te bevrijden van negatieve associaties.
Te koop: Bernadette Murphy, Van Goghs oor het ware verhaal
Het is nu zo’n drie jaar geleden dat Van Goghs oor tegelijk in het Engels en het Nederlands verscheen. Het boek werd onder veel media-aandacht gepresenteerd in het Van Goghmuseum en er kwam een BBC documentaire. oor is te koop bij De Kunst in boeken.
Recensie in de Volkskrant van 12 juli 2016: https://www.volkskrant.nl/nieuws-achtergrond/-van-gogh-maakte-zijn-beste-werk-terwijl-hij-gek-was-~bab03420/
Interview NRC: https://www.nrc.nl/nieuws/2016/07/12/van-gogh-was-echt-serieus-ziek-a1510954

