Vincent van Gogh en de tijdgeest

Eenvoudige lieden, intellectuelen en de val van de mens
Voor zijn (groeps)portretten nam Vincent van Gogh (1853-1890) vrijwel altijd boeren en andere eenvoudige lieden. Denk bijvoorbeeld aan zijn De Aardappeleters uit 1885 0f aan de leden van de familie Roulin, die hij drie jaar daarna schilderde tijdens zijn verblijf in Arles. Wat bezielde hem om bijna uitsluitend mensen van eenvoudige komaf als model te kiezen?
Om die vraag te beantwoorden moeten we zijn ideeën kennen over ‘het volk’. Hij liet zich daarbij inspireren door een selecte groep van door hem verafgoodde intellectuelen en kunstenaars, die allen werden bekoord door ‘le peuple’. Zij dichtten aan het gewone volk deugden toe als eenvoud des harten, ijver, vroomheid, trouw en het lijdzaam ondergaan van de bezwaarnissen des levens.
Een markante verschijning in dit gezelschap is de invloedrijke Franse historicus en geschiedfilosoof Jules Michelet (1798-1874). Samen met de schrijver Emile Zola is hij de vaakst genoemde auteur in Van Goghs correspondentie. Michelet schreef een 17-delige geschiedenis van Frankrijk met een glansrol voor de plattelandsbevolking. Het is een werk waarover kenners Pim de Boer en Claire Sneider in NRC Handelsblad opmerkten: ‘Nimmer tevoren was met zoveel visie, kennis van zaken en in een schitterende stijl Frankrijks verleden beschreven.’
De boeren stonden in de ogen van Michelet dichter bij de natuur dan leden van de adel en de burgerij. En het was de natuur waarin zich al datgene voordeed wat het leven de moeite waard maakte. Van goddelijke openbaring tot vitaliteit en gezondheid tot poëtische inspiratie, alles in een omvattende harmonie.
Van Gogh had overigens meer dan een reden om Michelet te bewonderen. In het genoemde NRC Handelsblad-artikel schrijven De Boer en Sneider ook: ‘Het zijn de felle kleuren, de krachtige accenten, de overtuigingskracht, de associaties en het intense medeleven die zijn werk eeuwigheidswaarde geven.’ Wie niet beter weet zou denken dat dit over Van Gogh zelf gaat.
Naast Michelet was Jean Francois Millet (1814-1875) een groot licht voor Vincent. Millet was een schilder, wiens ideeën overeenkwamen met die van Michelet. In verschillende fasen van zijn schildersloopbaan nam Van Gogh werken van Millet als uitgangspunt voor zijn eigen schilderijen, bijvoorbeeld De arenleesters en De zaaier ( Afbeeldingen midden.)
Een andere door Van Gogh bewonderde schilder was Gustave Courbet (1819-1878, afbeelding boven), niet in de laatste plaats vanwege diens leidende rol in de Parijse Commune van 1848. De anti-reactionair Van Gogh heeft zijn sympathie voor de revolutionairen van die dagen nooit onder stoelen of banken gestoken.
De ideeën over de verheffing en de opwaardering van het volk bepaalden dus Van Goghs keuzes bij de meeste van zijn portretten. Bij die ideeën hoorde ook een nieuw soort esthetiek, waarbij het in eerste instantie om de waarheid gaat. Een hoogst persoonlijke waarheid dan wel. Zo zag hij in de postbeambte Joseph Roulin, met wie hij bevriend was, een ware Socrates: lelijk als een satyr maar voorbestemd om ver boven zichzelf uit te stijgen en na overwinning van zijn angst voor de dood opgenomen te worden in de hemel van de waarlijk groten. (http://vangoghletters.org/vg/letters/let738/letter.html). De schilder portretteerde Joseph Roulin vijf keer. (Linker afbeelding hieronder.)
Door kennisname van Vincents ideeën en van degenen die hij bewonderde kunnen we een poging wagen mee te kijken door zijn ogen om te proberen te zien wat hij zag in de door hem geportretteerde mensen.
Om Van Gogh dieper te doorgronden is echter veel meer nodig. Daarmee doel ik op de krachtenvelden in de onder- en bovenstroom van zijn tijd. De halfbewuste en onbewuste, maar klimaatbepalende thema’s en de dynamiek in de tweede helft van de 19e eeuw. Ik doel op het besef dat er een wereld verloren ging nu de mens afkomstig leek te zijn van het dier en God door de filosoof Friedrich Nietszsche (1844-1900) definitief ten grave werd gedragen. Ik doel op de angsten die daarmee gepaard gingen. Op de tijdgeest.
De kunsthistoricus Hans Sedlmayer (1896-1984) schreef in zijn veelbesproken Verlust der Mitte uit 1948 over de kunstenaars van deze periode, onder wie Van Gogh, dat zij degenen waren die het ergst hebben geleden onder die tijdgeest:
‘De kunstenaars waren degenen die bij uitstek geroepen waren om de val van de mens en zijn wereld in angstwekkende visioenen uit te beelden. In de 19e eeuw ontstaat een heel nieuw type lijdende kunstenaar; de eenzame, dolende, wanhopige en bijna krankzinnige kunstenaar (…). De kunstenaars van de 19e eeuw, althans de grote en diepe geesten onder hen, worden geofferd of offeren zichzelf. Holderlin, Goya, Friedrich, Runge, Kleist, ook Daumier, Stifter, Nietzsche, Dostojewski en nog later Van Gogh, Strindberg en Trakl: zij zijn allen verbonden in hun lijden onder de tijdgeest. (Curs. A.K.). Zij allen lijden eronder dat God ver weg en ‘dood’ is en dat de mens vernederd is.’ (Verlust der Mitte, 3e druk,p. 250.) (Zie onderaan deze pagina een opmerking over Hans Sedlmayer)
Opmerking over het citaat van Hans Sedlmayr: Ben mij er terdege van bewust dat Sedlmayrs lidmaatschap van de Oostenrijkse NSDAP aanleiding vormt voor de nodige vraagtekens bij zijn persoon. Ik richt me op de inhoud van zijn werk, zoals ik dat ook doe bij onder anderen Wasily Kandinsky, een van de velen die antisemitische uitspraken hebben gedaan. Hoe ver moet iemand de fout in zijn gegaan om hem te boycotten? Een uiterst ingewikkelde vraag waarvan de beantwoording een diepgaand onderzoek vergt van biografie en werk van iedere auteur/kunstenaar afzondelijk. In Verlust der Mitte ben ik geen antisemitisme tegengekomen.





