door Tineke Croese

Jeremia treurend over de verwoesting van Jeruzalem, 1630

Eén Rembrandt kende als kind ik goed:
de Christus met de grote hoed
wandelend in de morgenstond.
En, naar erbij geschreven stond:
Hij was een hovenier.

En nòg laat ik mijn tranen gaan
als in de gaarde ik Hem zie staan,
en – wat terzijde – in stille schrik
die éne, zij, die dacht als ik:
Het was de hovenier.

O kinderdroom van groen en goud –
géén die ontnam wat ik behoud.
De laatste hoven naderen schier
en ijler wordt de ochtend hier.
Hij is de hovenier.

Ida Gerhardt schreef bovenstaand gedicht: Christus als hovenier. Net als zij kende ik als kind ook één Rembrandt goed, al was het níet ‘de Christus met de grote hoed’.
Als tienjarige kwam ik voor het eerst in het Rijksmuseum. Ik was zo onder de indruk van de hoge, grote zalen dat de schilderijen volledig aan me voorbij gingen, op één doek na, een kleine Rembrandt in een kleine zaal vlakbij de Nachtwacht. Een figuur werd uit het donker zichtbaar in het licht: Jeremia, treurend om de verwoesting van Jeruzalem.

Wie Jeremia was, wist ik toen niet, maar hij deed me denken aan de oude man in het kleine stadje waar mijn oma woonde. Een vriendelijke man, maar soms ging het mis en liep hij schreeuwend en tierend door de straten. Dan was ik bang, maar mijn oma zei: ‘Hij heeft verdriet.’ Het werd me nooit verteld, maar het had te maken met de oorlog en de zoons die hij verloren had.

Wat ik toen ook niet wist, was dat Jeremia vóór de verwoesting van Jeruzalem ook aardig had lopen tieren en schreeuwen tegen het joodse volk. De Jeremia van het schilderij was voor mij deze oude man, na alle uiterlijke turbulentie verdrietig en in zichzelf gekeerd.

Sommige interpretaties van Rembrandts werk zijn bijna mythisch. Zo is er een vrij moderne visie op de kabbala (de joodse geheime leer) waarbij je eerst vertrouwd moet raken met de 10 sefiroth (manifestaties van het goddelijke) die zichtbaar worden in de kabbalistische levensboom. Dat kan bijvoorbeeld door de aard van elke sefira in menselijke termen te vertalen, door het goddelijke menselijk te maken.
Een manier om dat te doen is door elke sefira te ‘vertalen’ naar een schilderij van Rembrandt. Welke schilderijen dat zijn, kan weleens verschillen. Maar bij één paar sefiroth wil ik u graag de schilderijen meegeven.
In het hart van de kabbalistische levensboom staan de sefiroth gevurah en chesed. Gevurah staat voor wilskracht, de moed om in de buitenwereld iets tot stand te brengen. Chesed staat voor barmhartigheid, het vermogen om je in te leven in een ander.
Gevurah wordt vaak voorgesteld als de Man met de gouden helm, een schilderij dat helaas al een tijdje niet meer als een echte Rembrandt wordt erkend. Chesed wordt vaak voorgesteld als Jeremia, treurend.
Als je vanuit deze beide sefiroth meditatief kijkt naar beide schilderijen van Rembrandt, dan worden het aangrijpende beelden voor een naar buiten gericht handelen en voor een innerlijke activiteit die we tegenwoordig ‘empathie’ noemen – juist deze twee zielehoudingen lijken mij voor onze tijd van groot belang: door mee te voelen met de nood van een ander en die nood tot uitgangspunt te maken van je eigen doen en laten, ontstaat een moreel handelen.

Rembrandts thema’s zijn menselijk en spreken direct aan. Het is ronduit fascinerend zoals hij met verf en penseel en met de etsnaald op onderzoek gaat in de wereld tussen licht en donker.
Behalve met de kabbala wordt Rembrandt ook wel met de Rozenkruisers in verband gebracht. In Nederland doen we niet zo snel aan spirituele interpretaties van Rembrandt. In Nederland staan we stevig op de vaste bodem van de officiële kerken. Maar zelfs zíj omarmen Rembrandt. Daarvan getuigt onder andere de Rembrandtbijbel die al ruim een eeuw een begrip en een traditie is.
De tekst van dit artikel is afkomstig uit de wekelijkse gratis nieuwsbrief van Utz Verzendantiquariaat. De nieuwsbrief bevat steeds een inleidend stukje van Tineke Croese naast uitgebreide boekbeschrijvingen. U kunt zich voor de nieuwsbrief opgeven door een mailtje te sturen aan Utz Verzendantiquariaat. U ontvangt dan elke zaterdag de nieuwsbrief per e-mail.

Tineke Croese is auteur en vertaler. Behalve de inleidende stukjes en boekbesprekingen schrijft ze voor Antroposofie Magazine.