Joost Zwagerman en Van Eycks Arnolfini dubbelportret
In de Volkskrant van 1-4-2014 schreef Joost Zwagerman over het Portret van het echtpaar Arnolfini van Jan van Eyck. ‘Allesbeslissend in de triomf’ ervan is volgens de schrijver het ‘geluk van een gedeeld en gekoesterd zwijgen’ [in een huwelijk]. Zwagerman bezingt ‘de stilte van huwelijksgeluk,’ waarbij hij voorbij gaat aan het feit dat we hier een huwelijksceremonie zien.
Zodoende lijkt hij ondanks zijn welgemeende bewondering in onvoldoende mate recht te doen aan Van Eyck. Want uit Linda Seidels uitvoerige studie Jan van Eyck’s Arnolfini Portrait, Stories of an Icon 1 blijkt dat het schilderij naar alle waarschijnlijkheid een visuele oorkonde is. We lezen dit niet bij Zwagerman. Is het dan niet belangrijk? Dat is het wel degelijk, het verklaart immers een groot deel van Van Eycks keuzes.
De toeschouwer als (oog)getuige
Zwagerman constateert terecht dat de toeschouwer precies tussen de getuigen in staat, die in de bollende spiegel achter het echtpaar zichtbaar zijn. Die toeschouwer neemt de plaats in van de schilder. Van Eyck heeft zichzelf daar ‘weggeschilderd’ (Zwagerman). Zo wordt het hier en nu van de actuele waarneming door de toeschouwer een geheel met het daar en toen van de huwelijksvoltrekking. Hij is de derde getuige. De oorkonde wordt door het zien ervan steeds geactualiseerd en bekrachtigd.
Een doel van portretten was om aan de geportretteerden een aanwezigheid te geven temidden van hun nabestaanden tot in de eeuwigheid. Deze doelstelling is hier nauwkeurig en briljant uitgewerkt. Dankzij Van Eycks beeldregie overstijgt de gebeurtenis de grenzen van de tijd en heeft de oorkonde eeuwigheidswaarde.
De beschreven waarnemingen en conclusies hoeven geen afbreuk te doen aan Zwagermans enthousiaste bespreking en al helemaal niet aan zijn bewondering. Wel vormen ze een essentiële aanvulling met oog voor Van Eycks doordachte aanpak.
2015 © Arno Kaat
1 Linda Seidel, Jan van Eyck’s Arnolfini Portrait, Stories of an Icon, Cambridge University Press, 1993

