De schilderkunst is springlevend!

In tegenstelling tot eerdere berichten is de schilderkunst springlevend. Lees maar, kijk maar.
Interview met de schilder Ina van Dijk
Bij de workshop Een reis door de tijd in de zomer van 2017 in Museum Boijmans leerde ik de schilder Ina van Dijk kennen. Sinds dat eerste contact ontstond er een levendig (mail)gesprek met Ina, voornamelijk over haar werk en er kwam een expositie van haar schilderijen in gebouw De Binnenhof in Amersfoort.
Die expositie maakte het mogelijk om uitvoerig op enkele schilderijen in te gaan. Naar aanleiding daarvan en van de mailwisseling ontstonden er tal van vragen, die mij op het idee brachten haar te interviewen. Het onderstaande is een uittreksel van het interview met Ina van Dijk op 30 juni 2018.

(A. is Arno Kaat, I. is Ina van Dijk.)
A: Om maar meteen met de deur in huis te vallen Ina. Je stuurde me in onze mailwisseling een citaat van Rudolf Steiner:
‘In tiefsten Grunde erfasst sind wirklich freie Taten nur die Taten aus Liebe. Die Schöpfungen des Künstlers sind nun- neben anderen- solche Taten aus Liebe. Denn er sucht die sinnliche Wirklichkeit zu überwinden, indem er sie vergeistigt. Die Kunst ist ein fortdauernder Befreiungsprozess des menschlichen Geistes und zugleich die Erzieherin der Menschheit zu dem Handeln aus Liebe.’
(In hun diepste betekenis begrepen zijn alleen daden uit liefde werkelijk vrije daden. De scheppingen van de kunstenaar zijn, samen met andere, zulke daden uit liefde. Want hij streeft ernaar om de zintuiglijke werkelijkheid te overwinnen door deze te vergeestelijken. De kunst is een voortdurend bevrijdingsproces van de menselijke geest en tegelijkertijd de opvoeder van de mensheid tot het handelen uit liefde. )
Waarom koos je dit citaat?
I. In de eerste plaats vanwege die bevrijding! Als ik bezig ben met schilderen dan word ik geconfronteerd met allerlei conditioneringen in mijzelf, valkuilen, verleidingen, eenzijdigheden, onvermogens, onbewuste voorkeuren. (Ze wijst naar een recent werk). Als je dat schilderij ziet, dan zou je eens moeten weten welk een worsteling het was om tot dit resultaat te komen, het was een moeizame en pijnlijke geboorte, een echte zelfoverwinning.
Behalve dat soort bevrijding gaat bevrijding in de schilderkunst ook over het loslaten van de fysiek-zintuiglijke voorstellingen, die inderdaad overwonnen moeten worden om ze te vergeestelijken. Mijn werk bestaat dan ook bijna uitsluitend uit non-figuratieve schilderijen. Daarbij gaat het om de kleur. Kleuren zijn de ziel van de kosmos en vergeestelijking kan daar plaats vinden, waar mijn individuele ziel die ziel van de kosmos ontmoet.
Er zijn helaas nog weinig mensen bezig met deze weg, waarvan ik vind dat die nodig is in deze tijd. Schilderen vanuit de kleur, schilderen vanuit de ziel. Niet vanuit de uiterlijke wereld, dat wil zeggen het zintuiglijk waarneembare.

A. Waarom juist voor deze tijd?
I. Omdat we ons weer los moeten worstelen uit datgene waarin we zijn vastgelopen. Alles is al een keer gedaan, gefotografeerd, geschilderd, gereproduceerd, bedacht. Dit losworstelen brengt me iets nieuws omdat ik bewust probeer niet-zintuiglijke ervaringen tot uitdrukking te brengen.
A. Ontdek je dat nieuwe in het gesprek met de verf?
I. Nee, met de kleur. De verf is voor mij uitsluitend van belang als drager van de kleur.
A. Even terug naar het Steinercitaat: het lijkt voor de beschouwer van een non-figuratief schilderij een grote stap om van de waarneming naar een handeling uit liefde te komen. Hoe kunnen beschouwers zo’n stap zetten/ bewust meemaken?
I.Een beschouwer van mijn werk kan naar ik mag hopen eveneens een bevrijdingsproces doormaken als hij/zij zichzelf toestaat in te gaan op de dynamiek, het spel, de compositie, de stemming van het geheel dat door de kleuren wordt gevormd. Veel hangt af van zijn/haar bereidheid om geen zintuiglijke voorstellingen te willen zien. Een voorstelling is een projectie van iets dat je al kent, iets bestaands. Werkelijk ingaan op zo’n schilderij wil zeggen: bereid zijn tot een stap in het onbekende. Het lijkt me dat je zo’n benadering, zo’n terughouding al mag beschouwen als een daad van liefde, omdat je dan het andere wil leren kennen. Je bent vervolgens volkomen vrij om te zien wat je doet met die ontmoeting.

A. Je hebt me nog iets opgestuurd, een interview met de schilder Hans Hermann. Kun je vertellen wat je zo aanspreekt bij hem? (Hermann is een schilder. Geb. datum onbekend. Hij was leider van de Malschule am Goetheanum, in Dornach, Zwitserland, van 1972 tot 1986.)
I. Ik heb 3 workshops van een week bij hem gedaan en daarbij veel van hem geleerd. Zijn zienswijze is ook de mijne.
A. Waar gaat het vooral om bij de zienswijze die je met hem deelt?
I. Ook hier weer: om vrijheid! Om het loslaten van de uiterlijke verschijning van de dingen. Het wezen van de zaak opzoeken. Ik herinner me van een van de workshops dat hij ons een foto van een vlinder liet uitzoeken met de opdracht om ons daar intensief mee bezig te houden. We zetten hem op ons nachtkastje, keken er lang naar en lieten de nacht zijn werk doen. De volgende dag kregen wij de opdracht om de essentie van die vlinder te schilderen. Niemand schilderde de uiterlijke verschijning van het diertje. Het werden allemaal kleuren en vormen.
A. Bij nadere beschouwing valt op dat ieder schilderij van jou als het ware een eigen ‘stijl’ heeft. Alsof je bij ieder werk aan het uitvinden bent welke penseelstreek, kleurencompositie, kleurintensiteit en vormgeving voor dit specifieke schilderij aan de orde is. Is dat ‘de eigen waarheid’ van ieder schilderij, waar Hermann het over heeft? Een waarheid die bij ieder schilderij opnieuw gezocht moet worden?
I. Ik zou dat fantastisch vinden, prachtig, dat is wat ik nastreef! Maar ik zou niet durven beweren dat ik daar al toe in staat ben. Je kan immers niet over je eigen schaduw heen springen. Ik had een keer een stuk of twaalf schilderijen uitgestald en raakte behoorlijk ontmoedigd toen ik ze zo bij elkaar zag. Ze zijn allemaal hetzelfde, dacht ik. Frustrerend was dat. Op een gegeven moment ben ik ertoe overgegaan om met thema’s te werken. Dat vind ik heerlijk. Ik wil dat het schilderij zo goed mogelijk de essentie weergeeft van het thema, de inhoud waarmee ik mij voor dat specifieke werk heb verbonden. Daar volgt idealiter uit dat ieder werk anders is doordat het karakter van die inhoud verschijnt. Trouwens, die vrijheid waarover we het hadden heeft ook met het denken te maken.

A. Met het denken?
I. Ja, daarmee bedoel ik dat een schilderij geen eigenheimerij mag zijn, het moet echt iets toevoegen en dat wat het toevoegt stamt ook uit het denkproces van de schilder. Het schildermedium of een ander kunstmedium is niet het meest wezenlijke van kunst. Als mensen aan mij vragen of mijn dochter ook zo creatief is, dan bedoelen ze altijd of ze schildert, musiceert of interieurontwerpster is. Voor mij is dat een veel te beperkte opvatting van creativiteit. Ik kan Joseph Beuys volledig volgen met zijn verruimde kunstbegrip. Jeder Mensch ist ein Künstler. Denken is een menselijke scheppingsdaad. Bij het schilderen denk ik ook wel over de dingen, bijvoorbeeld over de beeld- en glanskleuren, die specifiek zijn voor Rudolf Steiners kleurenleer, maar ook aan andere schilderkennis die ik heb opgedaan. Die rugzak heb ik en daarmee ga ik bij ieder schilderij weer een andere berg op.
In navolging van Beuys (Joseph Beuys (1921-1986) was een van de belangrijkte kunstenaars van de tweede helft van de twintigste eeuw A.K.) kun je het woord kunst maar beter schrappen als je naar een schilderij kijkt. Dat woord is gegijzeld door een cultuur die de creativiteit van mensen inkadert, in een bepaalde hoek zet, institutionaliseert en vercommercialiseert. Het roept verkeerde associaties op en schept een tegenstelling met al datgene wat dan geen kunst zou zijn. Ons hele leven, de hele samenleving, zouden we als een kunstwerk kunnen zien.
Daar had Beuys het ook over volgens mij. Het gaat erom dat we in zo veel mogelijk situaties scheppend actief proberen te zijn.
A. Je bent maatschappelijk betrokken, ben je daarin ook door Beuys geïnspireerd?
I. Ja, hij is een lichtend voorbeeld, hoewel ik mijn betrokkenheid anders vormgeef dan hij.
A. Beuys ging zelfs zo ver dat hij een tijdje in de politiek ging en later stelde hij een heel ander geldsysteem voor. Allemaal in het kader van de ‘sociale sculptuur’. Hoe zie je jouw de maatschappelijke rol?
I. Ik hoop dat mijn schilderijen een helpende hand bieden om een stukje wereld te bevrijden.
A. Is dat de reden waarom jouw schilderijen geen lijst hebben en dat het doek ook aan de randen is beschilderd, zodat de compositie daarin doorloopt?
I. Ja dat klopt, het is maar een deel van het geheel.
A. Hoe is je verhouding met de reguliere kunstwereld, het circuit van galeries en musea?
I. Vroeger heb ik ook wel geëxposeerd in galeries en ik ken die wereld wel een beetje. Ik heb geen affiniteit met dat circuit. Bij de galeries gaat het om business en de musea volgen de toonaangevende galeries. Het is een nepwereld die weinig te maken heeft met het soort kunst waar ik voor sta. Een drol in een blikje zal ongetwijfeld goed overdacht zijn maar ik vind het niet zo interessant. Musea zijn wat achterhaalde instituten, onderdeel van de oude kunstwereld die voornamelijk door het geld wordt geregeerd.

A. Die houding t.o.v. de reguliere kunstwereld moet aanzienlijke consequenties voor je hebben….
I. Jazeker. Ik heb altijd gewerkt naast het schilderen, tot aan mijn 65e. Nu ben ik heel gelukkig met de AOW. Het is in feite een basisinkomen dat er eigenlijk voor iedere volwassene zou moeten zijn vind ik. Ik ben ervan overtuigd dat wij als individu onze eigen verantwoordelijkheid hebben voor ons eigen leven en meer. Ik wil niet commercieel werken.
A. Je signeert je schilderijen niet?
I. Nee inderdaad, signeren vind ik niet meer zo van deze tijd. Wij moeten ons ook bevrijden van allerlei beperkende voorstellingen en vooroordelen over het ik. Als ik bezig ben met schilderen begeef ik mij op onbekend terrein. Achter ieder werk staan anderen, bijvoorbeeld schrijvers, andere schilders of mensen die ik in het dagelijks leven ontmoet en beschouwers die op eerdere werken hebben gereageerd. Dat alles schildert als het ware mee.
Een andere reden voor het niet signeren is praktisch: de compositie is vrij en het moet mogelijk blijven om het schilderij een hele of een halve slag te draaien.
A. Klopt het dat je ook de laatste tijd meer verkoopt dan een paar jaar geleden?
I. Ja inderdaad, dat komt doordat ik wat tentoonstellingen had en ook de laatste tijd veel kleine schilderijtjes heb gemaakt die maar 70,- kosten. De opbrengst daarvan gaat geheel of gedeeltelijk naar een bomenplantproject in Kenya of naar de stichting Global Development Africa waaraan ik verbonden ben.
A. Waar kunnen mensen jouw schilderijen zien?
I. Op mijn blog http://inakleur.blogspot.coen soms op exposities ergens in den lande. Die vermeld ik meestal op mijn blog.
